Kesterheide

De Kesterheide is een zogenaamde ‘getuigenheuvel’: een uniek bewaard landschapspunt dat ooit een duin was aan een oer-oceaan. De top van de Kesterheide - aan de IJzeren Man - bestaat uit arme zandgrond waarop tot enkele tientallen jaren geleden ook struikheide groeide. Door bebossing en begroeiing is de grond minder arm geworden en raakte de heide en andere kruiden versmacht.

 

Samen met de heide is ook het unieke landschap en open uitzicht over het Pajottenland verdwenen. Destijds kon je 80 kerktorens zien en de basiliek van Koekelberg, het justitiepaleis, het Hallerbos... Vandaag bemoeilijken bomen het zicht op het bijzonder panorama van het noorden tot het zuiden van het Pajottenland. Door het rooien van bomen op de top van de Kesterheide en het afgraven - ‘afplaggen’ - van de vruchtbare bovenste grondlaag zou de heide en biodiversiteit zich kunnen herstellen. De zaden van de heide en andere kruiden blijven immers meer dan honderd jaar in de ondergrond wachten op een kans om te kiemen.  

 

 

 

    

    Satcom                               Paadje dalend vanaf

Kesterheuvel

Klok van de IJzeren Man, eigenlijk een 'beschermkap' voor meetapparatuur

SATCOM

In de volksmond 'de witten bol', 'de voetbal' of 'den ballon'. Dit NAVO communicatiecentrum werd opgetrokken in 1970 - 1971, in volle koude oorlog. Oorspronkelijk maakte de NAVO-site van Kester deel uit van een net dat meer dan 20 zulke stations telde, verspreid gebouwd in andere NAVO-landen. Met uitzondering van Verona (Italië) en Kester dus zijn deze weer opgedoekt. De militaire ontspanning in Europa maar vooral de snel evoluerende communicatietechnieken maakten zoveel stations overbodig.

 

De witte bol van Kester, die 12 meter breed is, herbergt binnenin een reusachtige schotelantenne. Hoewel er geen onmiddellijke plannen zijn om ook de site te Kester op te doeken, veranderd het uitzicht wellicht de komende jaren.

 

De bol, die op een gebouw staat, zal worden afgebroken en vervangen door 4 'bollen' op de grond. De gebouwen uit de jaren '70 zijn verouderd en worden eveneens vernieuwd.

Aangezien het om militaire installaties gaat, wordt er over technische details en plannen maar met mondjesmaat gecommuniceerd. Er werken ongeveer 40 militairen, gespecialiseerd in communicatie. De site staat onder leiding van een Belgische NAVO-commandant.

 

Kester

Kester ontwikkelde zich langs de belangrijke heerweg Asse - Edingen, die werd aangelegd in de eerste eeuw van de jaartelling. In de dorpsnaam is het Latijnse 'castrum' te herkennen wat duidt op een (Romeins) militair kamp. Opgravingen bewijzen dat er vooral tijdens de 2de en 3de eeuw een aktieve woonkern moet zijn geweest.

Zoals we eerder al tijdens de etappes langs Herfelingen en Herne bespraken had je vanaf ongeveer de 7de eeuw in het huidige Zuid-Pajottenland het Hernegewoud en het Kestergewoud. 2 rechtsentiteiten die tot de abdij van Bergen behoorden en in de vroege middeleeuwen onder de macht van de heren van Edingen vielen. Het Kestergewoud omvatte behalve Kester ook de parochies Herfelingen en Oetingen. Tot het einde van het ancien régime (1792) hoorde Kester dus tot Henegouwen. Met de herindeling in (Franse) departementen (de latere provincies), verschoof Kester naar Brabant. Ondanks hun vrij strategische ligging zijn dorpen als Leerbeek en Kester niet uitgegroeid tot regionale centra.

 

Zo oud dat de prille geschiedenis ervan niet meer te acherhalen is, is de jaarlijkse processie van de Heilige Drievuldigheid. Tot vandaag herinnert deze paardenprocessie nog aan het Kestergewoud, want zowel langs de kerken van Herfelingen, Oetingen als Kester wordt gepasseerd. Eind mei of begin juni gaat deze processie uit. Een leuke legende rond deze processie lezen we in het boek 'Pajottenland, een land om lief te hebben' van Werkgroep Pajottenland: In een lang vervlogen jaar annuleerde men de processie omwille van te slecht weer. De volgende morgen merkte de Kesterse koster echter dat het beeld van de H. Drievuldigheid helemaal onder het slijk zat. Het was dus 's nachts alleen op pad geweest over de modderige wegen om alsnog de processie te voltooien en zo duidelijk te maken dat de processie elk jaar moest uitgaan!

Dit soort recreatie staat haaks op de doelstellingen van bvb Natuurpunt die in het kader van de Europese habibatrichtlijnen Kesterheide in natuurprojecten wil kaderen, tesamen met het nabijgelegen Lombergveld (waarin oa het natuureducatief centrum Paddenbroek ligt). Ook vormen van zachtere recreatie zetten echter druk op Kesterheide. Zo merk je dat nogal wat paden stevig zijn uitgesleten als gevolg van intens gebruik door mountainbikers.

 

Kesterheuvel en 'De IJzeren man'

We staan hier op het hoogste punt van de provincie Brabant, 111,86 meter. Dit geodetisch punt, dat hier al anderhalve eeuw staat, is in de volksmond bekend als 'de ijzeren man'. De verklaring daarvoor spreekt voor zich, gezien de vorm van het klokomhulsel. Het eigenlijke meetpunt zit echter binnen dat metalen karkas. Oorspronkelijk stond die 'ijzeren man' op een bakstenen voetstuk, lang geleden werd dat vervangen door beton. Het meetpunt werd al in 1863 als 'station géodésique' op de Kesterheuvel geplaatst, het diende als oriëntatiereferentie bij hoogte- en plaatsbepaling voor de Belgische kartografie.

 

Het uitzicht aan de voet van de IJzeren Man is grandioos. Overal zie je in de golvende horizon kerktorens en nog verder zie je misschien het Brusselse justitiepaleis. De Wambeekse dichter Paul de Mont verwoordde het zo begin 20ste eeuw:

Wat stond ik vaak, in 't morgen zonnegloren,

op Leeberg-heuvel of bij d'IJzren man!

Uit ieder dorpken spichtte een spitse toren ...

op elken kouter zwoegde een paardenspan ...

 

Op twintig hillen toonden twintig molens hun draaiend wiekenkruis, reusachtig groot...

In al de weiden vaarzen, paarden, volens ...

Op al de daken tonig pannenrood. (Uit 'Aan mijn Payottenland')

 

Paul de Mont zag toen wellicht veel meer dan we vandaag zien van bij de IJzeren Man. Een deel van het zicht is vandaag immers onttrokken door het bos. Begin 20ste eeuw was dit niet zo, zowat de hele Kesterheuvel was toen kaal gekapt. Zo kon je ook de Leeuw van Waterloo van hier zien. De tientallen windmolens die Paul de Mont zag zijn bijna allemaal verdwenen maar in de plaats krijg je dan in de verte zicht op de kantoortorens van Brussel...

Aan de boszijde van de IJzeren Man merk je duidelijk de ijzerzandstenen bodemsamenstelling van de Kesterheuvel. Deze 'berg' ligt immers in de lijn van de Vlaamse getuigenheuvels waarop ook het West-Vlaamse Heuvelland en de Vlaamse Ardennen liggen. Prehistorische voorwerpen die werden gevonden hier zijn een bewijs dat er reeds duizenden jaren voor de jaartelling vormen van bewoning waren. Ook de Romeinen hadden aan de voet van de Kesterheuvel ooit een kamp.

 

Calvarie en kruisweg

Een eerste ijzeren kruis werd ingewijd op 5 mei 1901. Het was een eerbetoon aan Christus om de 20ste eeuw aan hem te wijden. Met de bouw van een eerste waterreservoir na WO II moest het kruis verdwijnen. Het werd naar de huidige plek verplaatst, op een calvarieberg gezet en voorzien van een altaar en kruisweg met 7 kapellen en 14 staties.

Tongsneyder.be © 2017 - info@tongsneyder.be